NRC HANDELSBLAD – MUZIEK
MAANDAG 12 NOVEMBER 2007


“Gelukkig heb ik nog ruimte in de agenda
voor af en toe wat lessen”


Simone Lamsma is de opvallendste
violiste van de jongste lichting


Violiste Simone Lamsma ( 1985) is in eigen land nog weinig bekend, omdat ze als jongste ooit werd opgeleid aan de Royal Academy of Music in Londen. Vrijdag soleert ze bij het Reizend Muziekgezelschap.
 
 
Door onze redacteur
Mischa Spel
 
Amsterdam, 12 nov.
 
   Twee was ze, toen ze voor het eerst een violist op televisie zag. Haar ouders - zelf geen musici - hoopten nog dat ze het prille enthousiasme naar de piano zouden kunnen afleiden; die stond al in huis. Maar voor Simone Lamsma was meteen duidelijk dat het de viool moest zijn. Ze was vijf toen ze begon, negen toen het lessen werden bij Davina van Wely aan het conservatorium in Amsterdam. “Mijn moeder bracht me, want we wonen in Friesland. Je moet een beetje mazzel hebben met je ouders.”
    Inmiddels is Simone Lamsma de opvallendste violiste van de allerjongste generatie Nederlandse musici. De keuzes die ze maakte, zijn opmerkelijk. Al toen ze elf was, verliet ze het ouderlijk huis. “Een muziekstudie viel niet goed te combineren met een algemene basisschool of middelbare school”, zegt ze. “Ik was al heel serieus met mijn instrument bezig, maar verlangde ook naar een gewoon leven daarbuiten.”
    Op aanraden van haar lerares stuurde ze een auditiebandje naar de Menuhin School of Music in Surrey - een door violist Yehudi Menuhin opgericht muziekinternaat voor zestig kinderen van over de hele wereld.
     “Toen we er gingen kijken, wist ik meteen: hier zal ik me thuis voelen. Muziek kwam er voor iedereen op de eerste plaats, dat was een verademing. Maar natuurlijk was het ook wennen. Die eerste weken vergeet ik nooit, ik had enorme heimwee.”
    Vorig jaar verscheen Lamsma’s eerste solo-cd met werken van Elgar. In de muziek smelt haar wat gereserveerde uitstraling en presenteert zij zich als een flamboyante violiste met een volle, elegante toon, zowel in Elgars Vioolsonate als in de losse genrestukken met titels als Bizarrerie en Pastourelle.
    De cd is een laat resultaat van het winnen van het Benjamin Britten-concours in 2004, een jaar nadat Lamsma hier al het Oskar Back-concours won, in 2006 gevolgd door een tweede prijs op het vioolconcours van Indianapolis - wereldwijd een van de meest prestigieuze vioolconcoursen.
   “Nu hoop ik nooit meer aan een concours mee te doen. Het is fijn dat je er contacten en concerten aan over houdt. Maar verder ben ik niet dol op concoursen; muziek laat zich niet meten in een wedstrijd. Ik probeerde elke ronde altijd als een extra concert te benaderen - op die manier bleef het leuk.”
   Dat Lamsma zich op een leeftijd waarop zelfs de meeste excellente musici nog volop aan de studie zijn, al stort “op het concertleven” is een direct gevolg van het feit dat ze na de Menuhin School op extreem jonge leeftijd werd aangenomen op de Royal Academy of Music in Londen. Ze was vijftien, en de jongste Bachelor-student ooit.
   “De Academy nam daarmee zeker een risico, maar zelf heb ik er nooit aan getwijfeld dat het zou werken. Een 15-jarige op kamers in een stad als Londen lijkt misschien extreem maar ik woonde gewoon in een studentenhuis en at in de mensa. Als kind in het Haydn Jeugd Strijkorkest was ik ook al de jongste. Belangrijk is je eigen volwassenheid, niet zozeer de leeftijd.”
    Simone Lamsma soleert dit seizoen bij verschillende Nederlandse orkesten. “Ik zou best meer concerten kunnen en willen geven dan nu in mijn agenda staan, maar het is tegelijkertijd prettig dat ik genoeg ruimte in mijn agenda heb om repertoire op te bouwen, en af en toe nog lessen te nemen.”
    Na haar afstuderen overwoog ze nog wel vervolgstudie, maar ze besloot zich liever zelfstandig verder te ontwikkelen. “Londen is extreem duur, alleen met hulp van verscheidene fondsen heb ik mijn studie daar kunnen afmaken. Nu neem ik er nog af en toe lessen van mijn oud-leraar Maurice Hasson.”
   “In Nederland ga ik sinds kort, incidenteel, voor een les naar Herman Krebbers. Hij heeft op elke maat iets te zeggen. En dan denk je daarna: dit gaat niet alleen over die ene maat, maar kun je veel breder toepassen. Dat is fantastisch.”
    Vorige maand werd Lamsma genomineerd voor de VSCD-klassieke muziekprijs voor de nieuwe generatie. Deze maand is ze teruggevraagd voor een aantal kamermuziekprogramma’s bij het Reizend Muziekgezelschap en soleert ze bij het Radio Filharmonisch Orkest onder Jaap van Zweden in het Vioolconcert van Szymanowski.
    De komende seizoenen volgen onder meer concerten in de Verenigde Staten, Rotterdam en Seoul. “Een goede balans tussen het spelen van kamermuziek en solorepertoire is mijn ideaal”, zegt ze. “Ik hoop dat ik snel een manager vind die me daarbij kan helpen. Nu regel ik nog alles zelf, maar dat is eigenlijk al niet meer goed te doen.”
    Haar volgende cd, met vioolconcerten van Louis Spohr, verschijnt volgend jaar, ook bij Naxos. Plannen voor een vervolg zijn er nog niet. Lamsma maakt zich er weinig zorgen over. Voor de toekomst hoopt ze op een topviool in levenslange bruikleen; ze bespeelt nu een waardevol instrument van Carlo Tononi uit 1709, dat in tijdelijke bruikleen is gegeven door een Engelse weldoener.
   “En ik ben erg op zoek naar een goede, vaste pianist”, vult ze aan. “Ik wil ook meer aan festivals gaan meedoen, mensen ontmoeten met wie het zowel persoonlijk als muzikaal echt klikt. Maar in alle rust. Want ik ben weliswaar al twee jaar afgestudeerd, maar ook 22. Tijd genoeg.”
 
Concerten:
16,23/11 De Rode Hoed Amsterdam.
30/11 met het RFO in Central Studios, Utrecht.
Res.: (030)2314544