Klassiek Gehoord op 30 oktober. Vredenburg Leidsche Rijn, Utrecht, Radio Filharmonisch Orkest olv Jaap van Zweden mmv Simone Lamsma, viool. Werken van Mahler/Britten, Sjostakovitsj en Vaughan Williams. Uizending via televisie (NPS) 7 december Nederland 2.
Afgelopen zomer kon heel televisiekijkend Nederland al met haar kennismaken: als een bijzondere gunst kreeg dirigent Jaap van Zweden het van de VPRO-programmamakers gedaan, dat de jonge Nederlandse violiste Simone Lamsma tijdens het programma ‘Zomergasten’ slechts voor hemzelf, presentatrice Margriet van der Linden en de draaiende camera’s ‘live’ in de studio kon optreden. Bij dat onverwachte intermezzo koos Lamsma (of haar management) toen voor een typisch staaltje violistisch vertoon ‘pour épater le bourgeois’: een spectaculair stukje Ysaÿe – om de burgerman achter de treurbuis te verbluffen.
Dit weekeinde kreeg de nog wat onbekende Lamsma dankzij Van Zweden terecht opnieuw een prachtig podium aangeboden, vrijdagavond in concertzaal Vredenburg Leidsche Rijn. Geruggesteund door het superbe Radio Filharmonisch Orkest vertolkte zij de solopartij in het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. Een uitgelezen kans om in een andere ambiance, voor een bij voorbaat gespitst publiek diepere lagen aan te boren, en meer van zich zelf te laten zien dan alleen een glinsterend pantser.
Sjostakovitsj’ vierdelige concert heeft zijn eigen treurige geschiedenis. Geschreven in 1948 bleef het lange tijd in de bureaula liggen om pas in 1955 – na Stalins dood – met violist David Ostrach zijn zegetocht om de wereld te beginnen. Het bevat prachtig violistisch materiaal, maar vooral een doorleefdheid en espressie die de somberheid en gekweldheid van de auteur direct invoelbaar maken voor een wetend en luisterend publiek. Om kort te gaan: Simone Lamsma slaagde er ondanks haar jonge jaren uitstekend in die grimmige, latente spanning die Sjostakovitsj in de vioolpartij stopte en daarmee dus vooral op de schouders van de protagonist legde, op te roepen en van begin tot eind vast te houden.
Voordat het werk in een quasi-vrolijke burleske fantasmagorie uiteenspat, bereikt de zeggingskracht een hoogtepunt tijdens het derde deel, een Passacaille, gekenmerkt door een zich bijna als een mantra herhalend motief van slechts weinige tonen. Zichtbaar nerveus wachtte Lamsma haar intrede in dit monolithische bouwwerk af, maar tijdens het spelen bleek zij rotsvast en vol geladenheid. Als sterk punt manifesteerde zich haar vermogen, naast een bijna vanzelfsprekende technische perfectie een eigen licht op de noten te laten schijnen en een gevoelsstroom op gang te brengen, die het gehoor onverbiddelijk weet mee te slepen.
Ook uit 1948 was de Zesde symfonie van Ralph Vaughan Williams die Van Zweden na de pauze onder handen nam. Een interessante, weinig gespeelde partituur, voorbeeldig gerealiseerd door de musici van het Radio Filharmonisch orkest, maar muziek van een andere (wereld)orde: intellectueel en gelaten, zonder die onderhuidse zindering waarmee het vioolconcert het publiek bij de lurven had gepakt.