Trouw
8 maart 2010

Klassiek
Radio Filharmonisch orkest en Simone Lamsma o.l.v. Jaap van Zweden:
Za 6/3 Concertgebouw Amsterdam.
Herhaling Radio 4: morgen om 20.02 uur


“Zuchtjes slakende viool naar hemelse hoogten”

Aanvankelijk zou dirigent Jaap van Zweden zaterdagmiddag met zijn Dallas Symphony Orchestra in het Amsterdamse Concertgebouw hebben gestaan, maar het lijkt er op dat de geplande Europese tournee met zijn overzeese orkest deze periode helemaal geen doorgang vind.

In plaats daarvan speelde het Radio Filharmonisch orkest, waarvan Van Zweden chefdirigent en artistiek leider is, het aangekondigde tweeluik: Brittens Vioolconcert en Sjostakovitsj’ Zevende (‘Leningrad’) Symfonie. Ook onveranderd bleef de oorspronkelijk aangekondigde soliste, de jonge Nederlandse violiste Simone Lamsma. Lamsma debuteerde op haar veertiende bij het Noord Nederlands Orkest. Ze had vanaf haar elfde les in Engeland en won verschillende prijzen, onder meer het Vioolconcours Oskar Back in 2003.

De violiste heeft niet de powertoon die je tegenwoordig vaak hoort bij jonge violisten. Ze had eerder een intieme, maar wel lyrische klank, die Brittens melancholieke Vioolconcert als een handschoen paste. In het eerste deel ademde Lamsma’s gearticuleerde spel een mooie drive. Ze durfde de cadens mooi zacht aan te zetten en nam daarmee risico: de ijle slotflageoletten kwamen niet helemaal goed uit haar instrument. Maar een kniesoor die daarop lette.

In het tweede deel toverde Van Zweden met felle orkestkleuren; de verstilde viooltonen, de toonladders in de trombones en het koraal in de strijkers waren perfect in balans. In het slotdeel begon de zuchtjes slakende viool haast lichaamloos, om ten slotte intens naar hemelse hoogten op te stijgen. Het terecht stormachtige applaus nodigde Lamsma uit tot een toegift: de Derde sonate van Ysaÿe, al even geconcentreerd en in één beweging neergezet.

Dat Van Zweden en Sjostakovitsj een goede combinatie vormen, wisten we al. Ook zaterdag was de Zevende ronduit opwindend en wist Van Zweden het Radio Filharmonisch Orkest tussen uitersten in klank te bewegen. Met name in het eerste deel: vanaf de fluisterende roffel van de snaartrom tot en met de het pesterig herhaalde Léhar-melodietje op orkaansterkte. Gecontroleerde hysterie zou je die luide fragmenten het best kunnen noemen.

Van Zweden liet de hoorns (eerste deel) en de banda uit de kopersectie (slotdeel) bovendien staande spelen, waardoor hun klank strak boven de storm in het orkest uit straalde. De volle grote zaal applaudiseerde luid en lang. En er werd natuurlijk gebravo’d: de nieuwe mode in het Concertgebouw, bij voorkeur strak na de laatste noot, zodat de betovering van de muziek meteen verleden tijd is.

Anthony Fiumara


Back